Bezoek aan de onderwereld

De val.

Roza zag zichzelf vallen. Ze viel door een ongelooflijk lange en donkere tunnel. Alsof ze vanuit haar bed diep de aarde in werd getrokken. Ze voelde haar somberheid van de afgelopen maanden verergeren door de negativiteit die in de tunnel leek te hangen. Rondom haar verschenen entiteiten. Vreemde, eng uitziende schepsels. Ze bewogen opdringerig om haar heen, waren nieuwsgierig naar haar ‘bezoek’. Waren dit nou demonen? Wacht… was ze op weg naar de onderwereld? Roza schrok, maar het was niet genoeg om haar val te stoppen.

Ze viel niet snel. Alsof het de bedoeling was dat ze haar val bewust meemaakte. Of misschien was haar twijfel wel de oorzaak. Twijfel tussen blijven hangen in haar sombere buiten of wat van het leven maken. Maar ja, wat dan?

Buitenstaander.

Roza was zeventien, ging naar school en had leuke vriendinnen. Maar ze voelde zich een buitenstaander. Alsof ze van de zijlijn toekeek op haar leven en dat van de mensen om haar heen. Ze wist niet welk beroep ze later uit wilde oefenen, wist dus ook niet welke vervolgopleiding te kiezen. En eigenlijk vond ze dat ook niet interessant. Ze wilde weten wat haar doel was hier op aarde. Waarom ze bestond. Wat ze moest met al die dromen en visioenen en beelden die ze van mensen doorkreeg. Maar ze kwam er niet uit. Ze verviel in somberheid, was bang dat ze nooit antwoorden zou krijgen. Wat was dan de zin van haar leven nog?

Sterke negatieve energie.

In die stemming kwam ze in contact met een negatieve energie. Dat was in het huis van twee oudere dames, zus en schoonzus, bij wie ze tijdelijk het huis schoonmaakte. Het huis was groot, met nette kamers en een mooi, romantisch terras met een grote aflopende tuin. Maar de kelder was de plek waar Roza als een magneet naar toe werd getrokken. Ze voelde er een gigantisch sterke energie. De neiging was groot om de trap af te lopen en de deur naar de kelder te openen om te zien wie of wat daar was. Tegelijkertijd voelde ze alle signalen van gevaar; de energie voelde bijzonder negatief aan.

Roza besloot de kelderdeur dicht te laten, ze liep weg van de negatieve energie. Maar ’s avonds in bed, op de grens van slapen en waken, besefte ze dat hij haar was gevolgd. Hij was degene die haar de tunnel in trok, mee naar zijn wereld. Aangetrokken door haar sombere stemming, er zich mee voedend.

Tweede kans.

Was ze werkelijk van plan zich over te geven aan deze negatieve kracht, aan haar somberheid? Of wilde ze het leven een tweede kans geven? Alsnog de antwoorden vinden op al haar vragen? Ze koos voor het laatste. Op het moment van haar beslissing loste de tunnel op in het niets. De tunnel leek er nooit te zijn geweest. En ook de negatieve energie leek ineens een illusie. Ze lag weer in haar eigen bed, in haar eigen kamer.