Judas Iskariot – Jezus’s ware discipel

Judas’ laatste overdenkingen

Judas zat in een grot. Teruggetrokken uit de wereld, de beker met het dodelijke mengsel van kruiden in zijn handen. Zodra hij een slok nam, zou de drank ervoor zorgen dat zijn hart langzaam zou stoppen met kloppen.

Zijn rol op aarde was uitgespeeld. Hij had Maria en Jezus beloofd hun kinderen te onderwijzen, totdat ze in staat waren zelf de wereld aan te kunnen. Kleine Sarah was nu ook zo ver. Ze was opgegroeid tot een open en leergierige vrouw. Daarnaast was ze zich ontzettend bewust van haar achtergrond en de voorzichtigheid waarmee ze te werk moest gaan. Maar ze zou zich redden, daar had hij alle vertrouwen in. En hij wist dat zijn zoon altijd voor haar klaar zou staan.

Jezus, vriend en meester, verklaart het visioen van Judas

Judas dacht terug aan de tijd dat zijn beste vriend en meester nog leefde. Aan de intense gesprekken die hij met hem – Jezus – had gevoerd.

Een van die gesprekken ging over een visioen dat Judas had gehad. Het stond hem na al die tijd nog levendig bij. Hij werd gestenigd en vervolgd door de twaalf discipelen Al vluchtend kwam hij bij een levensgroot huis, waar Jezus ook was en dat omringd werd door levensgrote mensen. HIj vroeg of hij ook in het huis met die mensen opgenomen kon worden.

Jezus verklaarde naderhand zijn visioen; het huis met de levensgrote mensen was het eeuwige rijk, waar alleen de heiligen en de heilige engelen binnen mochten gaan, het heilige geslacht van Seth.

Judas had een blik van het eeuwige rijk op mogen vangen en verlangde ernaar om in opgenomen te worden. Hij vroeg aan Jezus waarom juist hij een visioen over het Koninkrijk had gehad. Daarop antwoordde Jezus hem; ‘’Jij zult de dertiende discipel worden. En je zult vervloekt worden door de andere geslachten – èn je zult over hen heersen. Vervloeken zullen zij in de laatste dagen jouw visionaire opstijgingen naar omhoog, naar het heilige geslacht.’’

Dat laatste – die opstijging naar het heilige geslacht – wilde hij graag geloven, maar hij moest het nog maar zien. Zijn overlevering van Jezus aan Kajafas, de Hogepriester, had ervoor gezorgd dat Jezus er nu niet meer was. Althans, niet fysiek.

Judas levert Jezus over aan de overpriesters

Kajafas had Jezus beschuldigd van godslastering. En dat betekende dat ze hem dood wilden. Eerder die dag had Judas Jezus overgeleverd aan de overpriesters en de oudsten van het volk. Tegen hen had hij gezegd dat diegene die hij een kus gaf, Jezus was. Op die manier wisten ze precies wie ze moesten hebben. Die kus was voor Judas echter de laatste mogelijkheid om afscheid te nemen van zijn meester en dierbare vriend. Hij dacht daarbij aan de eerdere woorden van Jezus; ‘’want jij zult offeren de mens die mij draagt’’. Oftewel; hij zou Jezus’ ziel bevrijden van zijn lichaam. Zoals Jezus hem had gevraagd. Daarmee was zijn levenstaak eigenlijk al vervuld.

De overgang van Judas naar het heilige geslacht

Nu ging het vuurtje dat hij had aangestoken om nog één keer zijn gedachten te laten passeren, langzaam uit. Het werd al kouder in de grot. Hij sloot zijn ogen om op te gaan in een gedachtenloze meditatie. Toen hij het niveau had bereikt, waarop alles stil werd, nam hij een flinke slok uit de beker. Het mengsel smaakte bitter. Hij voelde het dodelijke gif zich door zijn lichaam verspreiden, op weg naar zijn hart.

Even kreeg hij het benauwd; waarom zou hij niet verder leven? Hij had het tot nu toe toch ook gered? Tegelijkertijd realiseerde hij zich dat van een rustig einde van zijn leven geen sprake zou zijn; steeds meer mensen begrepen helemaal niets van zijn daad; de overlevering van Jezus aan Kajafas. Het begon nu zelfs hier – op een plek vèr van Jeruzalem – door te dringen.

Judas duwde zijn gedachten weg en ging terug naar het stille niveau. Langzaamaan zag hij bekenden voor zijn geestesoog verschijnen; zijn vader, moeder, zijn jong gestorven zusje. Familieleden die reeds lang geleden overleden waren. Ze wachtten hem op, om hem te verwelkomen en te begeleiden bij zijn overgang. Steeds meer entiteiten vergezelden hem nu. En daar was ook Jezus! Een gelukzalig gevoel ging door hem heen. Jezus was gekomen om hem mee te nemen naar het heilige geslacht; het geslacht van Seth, waar hij ooit een visioen over had gehad!

Judas gaf zich over aan zijn begeleiders en zijn hart hield op met kloppen.

‘’Wie ore heeft, die hore’’.

tekst uit Evangelie van Judas "Jezus onderwijst Judas"
Uit het Evangelie van Judas

terug naar rondom Jezus