Een toekomstvisioen; terug naar de basis

Roza is op weg naar haar werk; een rit die ze al jaren iedere dag maakt en waarvan ze de weg wel kan dromen. Regelmatig dwalen haar gedachten dan af. Op zulke momenten krijgt ze goede (en minder goede) ideeën, inzichten of heeft ze visioenen. Dat laatste is nu ook het geval.

Roza ziet zichzelf; ze is ouder, maar leeft nog wel dit leven. Ze bevindt zich in een omgeving waar ze zichzelf in eerdere toekomstvisioenen ook al heeft gezien; een natuurlijke, afgeschermde plek met daarop een groot, oud huis met flink wat grond eromheen en verschillende bijgebouwtjes. Het is ergens buitenaf, in het buitenland en voelt – binnen de poort – als een veilige omgeving. In de ruime keuken is altijd een wat oudere vrouw in de weer met koken en bakken. De tafel met stoelen eromheen voelt als het centrale punt van het grote huis. De keuken biedt warmte, gezelligheid, intimiteit.

In het visioen ziet Roza hoe ze midden in de nacht door iemand wordt wakker gemaakt, gewaarschuwd. Blijkbaar staan er mensen aan de poort. Als ze bij de poort komt, blijken het drie van haar dierbaren te zijn, die de ‘buitenwereld’ hebben getrotseerd en de reis hebben ondernomen om haar te vinden en in de hoop op een veilige plek. Ze hebben elkaar tijden niet in levende lijve gezien of gesproken. Communicatiemiddelen zoals Roza die kent in haar huidige leven, lijken in dit toekomstvisioen niet beschikbaar. Overigens lijkt dat voor veel meer zaken te gelden; ze ziet hoe de mens in dit visioen volledig ‘teruggeworpen’ is op zichzelf; hoe de mens uit moet gaan van zijn eigen kracht en lichaam, van het vertrouwen in zichzelf, zijn intuïtie en van wat de directe omgeving te bieden heeft.

Snel begeleidt Roza de drie naar de keuken in het oude huis. De vrouw vangt ze op. Eén blik op deze drie mensen – die voor haar totaal onbekend zijn -, is voor haar genoeg om te zien wat ieder van hen op dit moment het hardst nodig heeft en ze gaat direct aan de slag. Roza bewondert de kracht van deze vrouw om direct de exacte behoefte van een ander te zien. Ze realiseert zich ook dat dit nog geen tijd is voor vragen aan de drie over hun reis en ervaringen.

Als ze voldaan zijn, neemt Roza de drie mee naar een van de bijgebouwtjes. Ze heeft het een tijd geleden al helemaal ingericht als een plek speciaal voor hen, om hen hier zoveel mogelijk thuis te laten voelen. Roza wist dat ze kwamen. Vertrouwend op haar gevoel en het contact dat ze in gedachten al langer heeft met een van de drie, wist ze dat zij op weg waren en heeft ze hen op afstand begeleid tijdens hun reis. Ze is blij dat de andere twee hebben vertrouwd op het gevoel van hun derde reisgenoot en haar daarin zijn gevolgd. Roza laat hen in het huisje achter om te kunnen rusten.

De volgende dag loopt Roza met de drie over het terrein. Het blijkt plek te bieden aan meer mensen, er spelen kinderen. Ze laat hen de moestuin zien, die door iemand wordt bewerkt. Ze zien hoe iemand bezig is om iets te bouwen met materiaal uit de omgeving. Wat echter vooral opvalt, is de harmonieuze sfeer tussen deze mensen, de hulp die ze elkaar bieden, het respect dat ze elkaar geven, hoe ieders eigen kracht wordt gestimuleerd en ingezet en hoe de kinderen betrokken worden door de volwassenen.

Daar houdt het visioen van Roza op en ze komt weer terug in de huidige tijd. Zou dit toekomstvisioen uitkomen? Zou het kunnen dat we binnen afzienbare tijd terug gaan naar de basis, naar leven met wat de directe omgeving ons te bieden heeft, vertrouwend op onze eigen kracht en intuïtie? Het geeft haar in ieder geval veel stof tot nadenken en houdt haar nog dagen nadien bezig.

terug naar Roza’s bovennatuurlijke ervaringen