Categorieën
Blog

Mogen zijn wie je bent, dat is geluk!

Ingrid Verkuil
De klokkenluidersfunctie van kinderen met labels als spiegel voor onze samenleving.

De ondertitel maakt direct duidelijk waar dit boek over gaat; kinderen met labels en vooral wat wij van ze kunnen leren.

Twee punten uit het boek “Mogen zijn wie je bent, dat is geluk!” uit 2017 van Ingrid Verkuil wil ik als eerste citeren. Omdat ze mij persoonlijk zeer aanspreken en omdat ze de overtuigingen van de auteur in één keer duidelijk maken:

Punt 1:

“Kinderen met labels zoals AD(H)D, autisme en dyslexie maar ook kinderen die positief gelabeld worden (bijvoorbeeld hoogbegaafd en hoogsensitief), hebben prachtige kwaliteiten zoals een hoge mate van gevoeligheid, een sterke intuïtie en een grote innerlijke wijsheid. Ze spiegelen jou als ouder, leerkracht of hulpverlener wat er bijgestuurd mag worden.”

Punt 2:

“Leidraad voor psychologen en psychiaters is de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). Met deze ‘bijbel’ worden mensen vergeleken met het gemiddelde. Vanuit die norm wordt bepaald of iemand zich ‘normaal’ dan wel ‘abnormaal’ gedraagt. Een kind vergelijken met het gemiddelde doet geen recht aan de uniciteit van de mens. Bovendien is een misdiagnose zo gesteld. Hoe mensen zich gedragen is onderdeel van hun persoonlijkheid en karakter. Iedereen gedraagt zich anders en heeft een eigen leerstijl en temperament. Het is dus belangrijk om de mens achter het label te blijven zien en je af te vragen welke behoefte er achter het gedrag zit.”

Over de auteur

Ingrid Verkuil heeft een orthopedagogische achtergrond, ervaring als leerkracht in regulier en speciaal onderwijs, was remedial teacher, dyslexiespecialist en begeleider van hoogbegaafde kinderen en coacht nu kinderen en ouders vanuit haar maatwerkconcept “Mooi Anders.” Ze schetst in het boek de ervaringen met haar zoon Jesse, is niet bang kritisch naar zichzelf te kijken en verwerkt in het boek haar brede kennis van zaken. Haar kracht is dat zij de combinatie weet te maken tussen die kennis en haar gevoel. Zoals ze zelf schrijft, laat ze haar hart en intuïtie spreken en meebeslissen in haar eigen onderzoek. Daar krijg je een open en eerlijk boek van.

De onderwerpen

De auteur behandelt in haar boek een breed scala aan onderwerpen rondom het thema ‘kinderen met labels’:

  • Mag je zijn wie je bent in deze maatschappij? Wat is “normaal”?
  • De (onterechte) labels die haar zoon Jesse heeft gekregen, inclusief een eerlijke blik op zichzelf en haar familie
  • De voor- en nadelen van een diagnose
  • De wet passend onderwijs en kritiek daarop
  • De visie van de auteur op de – als negatief bestempelde – diagnoses autisme, asperger, ad(h)d, dyslexie en de – als positief bestempelde –  diagnoses hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit en ook over misdiagnoses en creativiteit
  • Wat kinderen jouw als ouder of betrokkene spiegelen
  • Bestaande (maatwerk) oplossingen om diversiteit, uniciteit en creativiteit beter tot hun recht te laten komen, incl. haar eigen maatwerkconcept “Mooi Anders!” Waarbij ze direct duidelijk maakt dat een oplossing altijd maatwerk zal zijn, toegespitst op het individuele kind.
  • Thuiszitters en de rechten van het kind
Conclusie

In haar conclusie beschrijft de auteur dat het lijkt alsof er steeds meer kinderen zichtbaar worden die “anders” zijn. Ik ben daarvan overtuigd. Ik deel ook de overtuiging van de auteur dat kinderen met deze labels een sterke intuïtie hebben en wijs zijn. Deze kinderen laten ons zien – door middel van hun gedrag – dat het hoog tijd wordt dat we weer gaan leren om dàt te doen waar onze kracht ligt. Dat betekent ook dat je mag mogen zijn wie je werkelijk bent. Dat betekent ook dat het onderwijs veel meer gericht moet zijn op de behoeften van het individuele kind en de focus gelegd moet worden op persoonlijke ontwikkeling. Op die manier ontdek je al op jonge leeftijd waar je kracht ligt en kun je die ontwikkelen. Op die manier leer je van jongsaf aan de ander te accepteren voor wie diegene in de kern is.

Waarom is dit boek uit 2017 in 2021 nog steeds van groot belang?

Als je je even verdiept in de cijfers over thuiszitters, kom je er al snel achter dat het getal van dik 4.000 thuiszitters dat de overheid hanteert, sterk afwijkt van het ware aantal, namelijk meer dan 15.000 thuiszitters (februari 2020*).

De auteur noemt in haar boek het aantal van 17.000 thuiszitters in 2014. De Wet Passend Onderwijs is in 2014 daadwerkelijk in werking getreden en heeft tot doel passend onderwijs voor ieder kind te bieden, óók voor kinderen die extra aandacht nodig hebben. Deze wet heeft er dus niet bepaald voor gezorgd dat het aantal thuiszitters flink is verminderd, laat staan tot nul is gereduceerd.

Kortom, de noodzaak om de juiste aandacht te geven aan deze kinderen en het onderwijs anders in te richten, wordt alleen maar groter.

* bron: Thuiszitters tellen. Een ander perspectief voor thuiszitters is een notitie van Oudervereniging Balans, februari 2020. Auteur: Suzanne Boomsma.

isbn 978-94-92179-63-0